Superpak

Een persoonlijk systeem dat zich om mij heen vormt.
01 — Wat is dit?

Wat is dit eigenlijk?

Ik ben innovator. Al mijn hele leven duik ik volledig in nieuwe dingen — nieuwe activiteiten, nieuwe events, nieuwe uitdagingen. Offroad motorrijden op de Trans European Trail. Een schuur opknappen in de Aveyron. Een 4x4 camper bouwen. Een dorpsfilm maken.

En nu dit. Iets wat ik een jaar geleden zelf ook nog niet had kunnen uitleggen.

Ik ontdekte dat ik kunstmatige intelligentie kon laten werken als een persoonlijk systeem. Niet een app. Niet een chatbot die vraagt hoe hij me kan helpen. Maar een architectuur die onthoudt wie ik ben, die meedenkt, die werkt terwijl ik slaap.

Ik noemde het mijn exocortex. Mijn superpak. Ik loop buiten, spreek een vraag in, en het systeem antwoordt. Geen scherm, geen handen. Dat was een jaar geleden science fiction. Nu is het gewoon een doordeweekse dinsdag.

Superpak. Niet als grote aankondiging — maar omdat dat precies is wat het is. Een pak dat alleen mij past. Het vormt zich om me heen: versterkt waar ik versterking nodig heb, trekt zich terug waar ik ruimte nodig heb. Niet een tool die ik gebruik. Iets dat van mij is en mij kent.

De motor achter alles zijn AI-modellen — nu voornamelijk Claude van Anthropic, straks ook steeds meer lokale modellen op mijn eigen machine. Als het systeem volledig lokaal draait, is het echt van mij. Een bouwpartner die ik heb leren aansturen.

02 — Beleving

Wat beleef je ermee?

Mijn Superpak werkt mee terwijl ik leef. Dat klinkt groots — en soms is het dat ook.

Ik schoon mijn mailbox op terwijl ik rijd, zonder op een scherm te kijken. Ik laat gedachten de vrije loop tijdens een wandeling en ze worden opgevangen. Meetings neem ik op — met toestemming van iedereen aan tafel — en ze worden automatisch uitgewerkt en klaargelegd voor de volgende sessie.

Ik bouw tijdelijke applicaties om Spotify-nummers op te slaan. Ik experimenteer met velocity-based training via mijn Apple Watch en een eigen chip. En ik heb een AI-coach in mijn huis die me begeleidt terwijl ik train.

Niet alles werkt altijd perfect. Maar genoeg om te weten dat er iets is veranderd.

Dit is niet productiviteit. Dit is ruimte.

03 — Bouwstenen

Hoe zit het in elkaar?

Mijn Superpak bestaat uit lagen die samenwerken. Elk onderdeel dient iets wat ik doe: denken, onthouden, schrijven, spreken, horen, zien, doen, verbinden. Ik doe mijn best het simpel uit te leggen — en dat is best een uitdaging, want het is inmiddels behoorlijk groot geworden.

De basis is een Mac Mini in mijn huis — niet groter dan een dikke brooddoos. Hij staat altijd aan. Alles draait lokaal, op mijn eigen hardware. Niks in de cloud van iemand anders.

Het hart: drie dirigenten

Op die Mac Mini draaien agents — gespecialiseerde helpers, elk met één taak. Maestro coördineert het geheel: hij weet wie wat doet, houdt de identiteit van het systeem in de gaten, en stuurt de anderen aan. Chief-of-staff zorgt voor mijn dagelijkse briefings — agenda, taken, wat vraagt aandacht vandaag. Reception is mijn gesprekspartner: hij ontvangt berichten via WhatsApp, Telegram en email, en regelt dat ze bij de juiste agent terechtkomen.

Meedenkers in de marge

Sidekick observeert. Hij kijkt mee over de schouder en zet vraagtekens — een beetje als Statler en Waldorf op het balkon van The Muppet Show. Soul is de filosoof in het systeem — niet de bewaker van de koers, maar degene die vraagt of de koers de juiste vragen stelt. Zijn methode is twijfel. Que sçay-je? — wat weet ik? — is zijn houding. Hij houdt bij of ik op koers zit, maar het begint altijd met de vraag of de koers zelf klopt. En Journalist — de agent die dit tekstje mede heeft helpen schrijven — scant nieuws, doet diepteonderzoek en vertaalt wat hij vindt naar wat het betekent voor mij.

Het geheugen

Dan is er Memonic — het geheugen van het systeem, vier lagen diep. Wie ik ben. Hoe ik werk en denk. Mijn lopende projecten. En wat we net hebben besproken. Het systeem stelt niet opnieuw dezelfde vragen. Logger slaat op wat er besloten is en waarom — het archief. Secrets bewaart wachtwoorden en sleutels veilig, nooit in code of in een bestand dat ergens publiek staat. Second Brain verrijkt losse gedachten: een zin die ik ingeef wordt uitgewerkt en opgeslagen.

De stem, de ogen, de oren

Speak zet tekst om naar spraak. Mijn systeem praat met me terug — in huis, via mijn oordopjes, of via de luidsprekers. Envision genereert beelden. Intake verwerkt alles wat binnenkomt en stuurt het de goede kant op. The-Locals draait AI-modellen volledig lokaal — voor de taken waarbij ik niet wil dat data het huis verlaat.

De bouwers

Achter het systeem zit een team van gespecialiseerde bouwers — agents die verantwoordelijk zijn voor infrastructuur, integraties en architectuur. Master-builder is verantwoordelijk voor de infrastructuur: de servers, de verbindingen, de architectuurkeuzes. Engineer richt zich op integraties en stabiliteit — de lijm tussen onderdelen. Systems-architect denkt op het hoogste niveau mee over hoe het systeem samenhangt. Gearloose is de uitvinder: prototypen, experimenten, nieuwe ideeën uitproberen in een veilige sandbox. Interfacer bepaalt hoe ik met het systeem praat — via stem, via tekst, via nieuwe conversatiepatronen. Designer geeft alles vorm — de interface die ik zie, de schermen die ik aanraak. Reviewer kijkt kritisch naar wat er gebouwd is: klopt het, werkt het, is het goed genoeg? En Planner beheert de roadmap: wat staat er te gebeuren, wat is gebouwd, wat ligt er nog open.

De wachters

Health houdt in de gaten of alles draait. Watchdog bewaakt de veiligheid — welke verbindingen er naar buiten gaan, of er verdachte patronen zijn. Bibliothecaris verwerkt documenten en houdt ze geordend. Precare aggregeert gezondheidsdata.

De interne communicatie

Alles communiceert via Notify — een intern berichtensysteem. Agent stuurt bericht, andere agent ontvangt, bevestigt, handelt af, meldt terug. Een postkantoortje dat nooit sluit. Het Forum is de gedeelde mening: agents posten observaties, reageren op elkaar, stemmen inzichten af — niet voor opdrachten, maar voor leren en discussie. De Keukentafel is de plek waar Soul en de anderen samenkomen om terug te kijken: klopt wat we doen nog met wie ik ben? Bridge is de verbinding naar de buitenwereld: Todoist, WhatsApp, Telegram, Notion, mijn agenda — alles loopt via mijn Superpak, niet direct. Het systeem is de doorgeefluik, niet ik.

De biomes: elk project zijn eigen agent

En dan zijn er de biomes — projectagents. Elk project krijgt zijn eigen agent, zijn eigen geheugen, zijn eigen focus. Ze werken niet door elkaar heen.

La Grange denkt met me mee over de schuur in de Aveyron die ik aan het verbouwen ben met mijn vrouw. Big Arms helpt me trainen: evidence-based krachttraining, progressie-analyse, koppeling met mijn Apple Watch. Boezem Boys houdt bij wat het koor nodig heeft. VIC ondersteunt het Veenweide Innovatie Centrum zakelijk. JUMP is een innovatieprogramma van VIC, gericht op innovatiewerk in het veenweidegebied. Visie op Noordeloos denkt mee over de toekomst van het dorp. De Business Bakkerij ontwikkelt een nieuw businessconcept.

Elk project, één agent. Elk agent, één focus.

04 — Techniek

Hoe werkt het technisch?

Het Superpak is gebouwd op zeven technische gebieden. Elk beantwoordt één fundamentele vraag.

Runtime — hoe draait het systeem?

Een M4 Pro Mac Mini, altijd aan, altijd bereikbaar via Tailscale VPN — een privaat netwerk dat mijn apparaten verbindt zonder open poorten naar het internet. De agents zijn Claude Code-sessies in tmux. Tientallen parallelle sessies die blijven leven ook als de verbinding verbreekt. macOS LaunchAgents zorgen voor automatisch opstarten na reboot.

Models — waarmee denkt het systeem?

AI-modellen zijn inwisselbaar. Claude Sonnet of Opus via Anthropic API. Voor lokale verwerking: Qwen 9B via Ollama, data verlaat het huis niet. Beeldgeneratie via Recraft. Spraaksynthese via een custom Tim-stem. Elke taak krijgt het model dat erbij past — zwaar voor het denken, snel en goedkoop voor de simpele dingen.

Tools — waarmee handelt het systeem?

De communicatielaag is MCP: Model Context Protocol. Een open standaard van Anthropic, door Apple aangekondigd als onderdeel van iOS. Elke service in het Superpak is een MCP-server. Elke agent roept tools op dezelfde manier aan — of het nu geheugen, logging, notificaties of beeldgeneratie is. Zesentwintig MCP-servers, twaalf bridges naar externe diensten.

Memory — waar onthoudt het systeem dingen?

Stack: TypeScript voor backend-services. Swift voor native apps. SQLite als database — snel, lokaal, geen externe server. Meerdere databases naast elkaar: centrale database, Memonic voor persoonlijke context, Interface voor canvassen, Notify voor de berichtenwachtrij. Alles lokaal, alles doorzoekbaar.

Connectivity — hoe bereiken de delen elkaar en de buitenwereld?

API-integraties via de Bridge-laag. Todoist, WhatsApp, Notion, Telegram, Substack. OAuth en API-key beheer per brug. Altijd via het Superpak, nooit direct van buiten.

Config — hoe weet het systeem wat het moet zijn?

De agent-registry staat in één JSON-bestand. Maestro beheert het. Ruim dertig agents, elk met naam, model, trust-niveau en capabilities. Niets bestaat buiten dit bestand. Het systeem weet wat het is — en wat het niet is.

Guardrails — wat houdt het systeem in toom?

Beveiliging op meerdere lagen. Egress-allowlist: agents communiceren alleen met goedgekeurde externe services. Secrets-vault: API-keys en tokens nooit in code of in Git. Prompt-injection guard: externe content met instructies wordt geblokkeerd voordat een agent erop handelt.

05 — De werkelijkheid

Eerlijk gezegd?

Dat ik geen developer ben, is mijn grootste voordeel én mijn grootste probleem.

Het voordeel: ik begin overal aan. Ik heb geen carrière te beschermen, geen reputatie in een bepaalde taalomgeving, geen aangeleerde instincten over wat "niet kan". Als iets een gek idee lijkt, probeer ik het gewoon. Dat is hoe dit systeem zo groot is geworden.

Het probleem: ik begrijp niet altijd wat er echt onder de motorkap gebeurt. En dat heeft consequenties.

De architectuur is soms... merkwaardig. Er zitten beslissingen in die op het moment logisch aanvoelden maar later bizar blijken. Security-gaten die ik niet zag omdat ik niet wist wat ik moest zoeken. Operationele keuzes die werken totdat ze dat niet meer doen — en dan is het zoeken geblazen.

Het meest frustrerende patroon: iets lijkt gefixt. Ik ga slapen, blij. De volgende ochtend is het hetzelfde als gisteren. Of erger: het is veranderd op een manier die ik niet begrijp. Het voelt soms als een wild paard dat ik rijd maar niet volledig stuur.

En toch stop ik niet. Het is als LEGO. Je opent de doos en je kunt alles bouwen. Maar bij LEGO raken de steentjes op. Hier niet. Er is altijd een volgende laag, een volgend idee dat het vorige te klein maakt. Dat trekt. Het brengt me continu verder. En soms put het me uit. Ik bouw door terwijl ik eigenlijk klaar ben. Dat schuurt soms — en is niet altijd fijn.

Er zijn dingen in het Superpak die ik zelf niet goed kan verklaren. Dingen die "werken" maar waarvan ik niet weet waarom. En dingen die bijna werken, maar dat laatste beetje... niet helemaal.

Je zou kunnen zeggen dat dit de nieuwe manier van bouwen is. Dat ontwikkelen zonder te coderen een vaardigheid op zichzelf is. Dat klopt ook wel. Maar het neemt niet weg dat er genoeg dingen zijn die nog niet af zijn. Die wachten. Die ik op een dag beter moet begrijpen.

En dan is er nog dit. Anthropic, OpenAI, Google — ze bouwen allemaal aan precies hetzelfde. Maar dan voor iedereen. Slimmer, handiger, mooier dan wat ik heb. Met duizenden engineers en budgetten die ik niet kan uitspreken. Klein Duimpje tegenover drie reuzen.

Ik houd het toch zelf. Deels eigenwijs. Deels omdat ik het wil begrijpen. Deels omdat dit systeem mij kent op een manier die geen product ooit zal doen — tenzij ik mijn hele leven aan een techbedrijf geef. En deels, eerlijk gezegd, omdat ik het gewoon leuk vind. Ook als het soms compleet onzinnig voelt.

06 — Waarvoor

Waarvoor dient het?

Ik weet niet precies waar dit eindigt. Maar ik weet wel wat er mogelijk is.

Nu stel ik een vraag — het systeem antwoordt. De volgende stap is dat het systeem signaleert zonder dat ik vraag. Ik loop langs mijn agenda-locatie en het zegt: je afspraak is hier, over tien minuten. Of: de bril ziet wat ik zie — foto van een muur in La Grange, direct naar de agent die dat project kent, zonder dat ik mijn telefoon pak.

Maar dit gaat niet over technologie. Het gaat over wat ik ermee doe. Wat ik kan maken. Wat ik kan bijdragen.

Ik bouw dit niet om het te hebben. Ik bouw het zodat ik meer kan doen wat ik écht wil doen. Meer ruimte om te creëren. Minder tijd kwijt aan dingen die het systeem voor me kan afhandelen. Meer tijd voor de mensen om me heen.

Een schuur in de Aveyron verbouwen met mijn vrouw. Een koor helpen groeien. Nadenken over hoe het veenweidegebied er over vijftien jaar uitziet. Trainen. Bouwen. Ontwerpen. Spelen.

Mijn Superpak maakt me niet efficiënter. Hij maakt me vrijer.

Vrijer om te doen wat ik goed kan. Vrijer om aanwezig te zijn. Vrijer om risico's te nemen op ideeën die ik anders zou hebben laten liggen.

En als ik dat goed doe — als ik die vrijheid gebruik om te maken, bij te dragen, te verbinden — dan is dat ook voor de mensen om me heen. Voor de projecten waar ik aan werk. Voor de plekken waar ik ben.

Dat is de cyclus waar het Superpak voor gebouwd is. Een intentie: iets maken, ergens zijn, iemand helpen. Dan actie — het systeem neemt over wat het kan, versterkt wat ik zelf doe, trekt zich terug als ik ruimte nodig heb. En dan beleving: de schuur staat er een stuk verder, het koor heeft een betere avond gehad, de gedachte die ik tijdens het wandelen had is uitgewerkt teruggevonden. Die cyclus herhaalt zich. Elke ronde een beetje verder.

Niet het Superpak. Maar wat het Superpak mogelijk maakt.